coup jolink?

door Hans Jansen

(In dit artikel geeft Hans Jansen een toelichting op de diagrammen 9 t/m 12, zoals geplaatst op de website. –redactie)

Lees meer...

nogmaals de coup jolink

door Hans Jansen

Een reactie op het artikel van Ardjan de Jong:
In de kerstpuzzel van 2006 in De Telegraaf stond onder meer een fantasieprobleem van J.Viergever. Het vraagstuk werd gepresenteerd als ware het een partijstand, voortgekomen uit een op het internet gespeelde partij met een Senegalees. Hoevelen zijn in de pen geklommen om te wijzen op de ongeloofwaardigheid van die intro? Wellicht heeft de heer Viergever willen aangeven dat ook hij open staat voor de meerwaarde van een probleem, hoe mooi ook, als hij in de partij voorkomt. Bovendien wilde de heer Viergever misschien aangeven dat hij niet meer dan één doos damschijven heeft gebruikt, hoewel hij als problemist daar niet aan gebonden is. Wat bezielde mij om in de geciteerde tekst woorden als hautain, volledige ondersteuning, enz., te gebruiken?

Lees meer...

 

coup jolink?

door A.J.de Jong

 diagram 1
  diagram 2
In Hoofdlijn 111 van november 2006 besprak Hans Jansen de stand van diagram 1 uit de partij A.Safonov–W.Jolink, Open NK 2006. Zwart won hier door (17-22, 12x21, 24-30, 14-20, 19x26). Hans Jansen is zo onder de indruk van deze combinatie dat hij voorstelt deze de Coup Jolink te noemen. Vervolgens schrijft Jansen: “En om te verhinderen dat de problemistenwereld zich hautain van die naamgeving zou distantiëren werd door een selecte kring partijproblemisten de Coup Jolink in een ‘problematisch’ jasje gestopt, opdat uit enthousiasme daar dus ook de naam Coup Jolink op volledige ondersteuning mag rekenen.” Het resultaat van Jansen’s clubje is afgebeeld in diagram 2, waarin wit wint door 34-30, 40x29, 27-21, 37-31, 32x25 (24-30, 34-40, 18-22, 8-12, 2x37) 38-33. Op de toonzetting van Jansen’s tirade kom ik later nog terug. Eerst wil ik uitleggen waarom geen problemist onder de indruk zal zijn van diagram 2. In damproblemen probeert men een origineel en verrassend of spectaculair slagsysteem of motief te bewerken. Hierbij streeft men naar een eenduidige oplossing en een slotstand waarin wit met minimale middelen wint. Het blijkt dat geoefende problemisten de meeste van hun ideeën kunnen vormgeven in een redelijk evenwichtige beginstand, zonder zetverwisselingen in de oplossing en bij volledig afspel eindigend in een enkele witte schijf of opsluiting waarin geen enkel wit stuk gemist kan worden. Als voorbeelden van geslaagde problemen wil ik volstaan met het drietal van de diagrammen 3-5.

Lees meer...