coup jolink?
door A.J.de Jong![]() | ![]() |
| diagram 1 | diagram 2 |
| In Hoofdlijn 111 van november 2006 besprak Hans Jansen de stand van diagram 1 uit de partij A.Safonov–W.Jolink, Open NK 2006. Zwart won hier door (17-22, 12x21, 24-30, 14-20, 19x26). Hans Jansen is zo onder de indruk van deze combinatie dat hij voorstelt deze de Coup Jolink te noemen. Vervolgens schrijft Jansen: “En om te verhinderen dat de problemistenwereld zich hautain van die naamgeving zou distantiëren werd door een selecte kring partijproblemisten de Coup Jolink in een ‘problematisch’ jasje gestopt, opdat uit enthousiasme daar dus ook de naam Coup Jolink op volledige ondersteuning mag rekenen.” Het resultaat van Jansen’s clubje is afgebeeld in diagram 2, waarin wit wint door 34-30, 40x29, 27-21, 37-31, 32x25 (24-30, 34-40, 18-22, 8-12, 2x37) 38-33. Op de toonzetting van Jansen’s tirade kom ik later nog terug. Eerst wil ik uitleggen waarom geen problemist onder de indruk zal zijn van diagram 2. In damproblemen probeert men een origineel en verrassend of spectaculair slagsysteem of motief te bewerken. Hierbij streeft men naar een eenduidige oplossing en een slotstand waarin wit met minimale middelen wint. Het blijkt dat geoefende problemisten de meeste van hun ideeën kunnen vormgeven in een redelijk evenwichtige beginstand, zonder zetverwisselingen in de oplossing en bij volledig afspel eindigend in een enkele witte schijf of opsluiting waarin geen enkel wit stuk gemist kan worden. Als voorbeelden van geslaagde problemen wil ik volstaan met het drietal van de diagrammen 3-5. | |
| | ![]() |
| diagram 3 | diagram 4 | diagram 5 |
| Allereerst het probleem van J.Voormans uit het Brabants Dagblad 1983, waarin wit wint door 28-22, 26x8, 18-13, 46-41, 8-2, 2x15, 15-20, 40-34, 35x2. Los van de vele fraaie dambewegingen gaat het hier natuurlijk om het moment dat wit met 35x2 over drie zwarte dammen slaat. Het bekende slot van Guerra eindigt op twee scherpe manieren in 45/D50. Het volgende diagram is van A.Stuurman uit De Problemist 1945. Wit wint hier door 47-42 44-39, 49-44, 38x7, 21x43, 26x17, 6x26 met zes achtereenvolgende meerslagen en een fraai slotsysteem in de linker bovenhoek. Het derde voorbeeld is van de Russische auteur A.Bakumets uit De Problemist 1991, met als oplossing 22-17, 38-32, 16-11, 40x18, 11x35, 45x34, 35x24. Naast de mooie meerslagen en de reis van de zwarte dam wordt het watervalletje (49x40) 45x34 (48x30) 35x24 hier op een ongewone manier bewerkt. Deze problemen worden geslaagd gevonden, omdat ze niet alleen veel bijzonders te bieden hebben qua slagwerk, maar ook omdat de ideeën perfect zijn vormgegeven met een eenduidige oplossing en een minimale slotstand. Als we nu diagram 2 als probleem bekijken zien we allereerst een zetverwisseling omdat wit ook met 27-21 kan beginnen. Verder heeft wit voor het vervolg hulp nodig van een zwarte harakiri-actie, die direct tot een voor zwart verliezende drievoudige oppositie leidt. Dit eindigt overigens bij volledig afspel met drie witte schijven en dat zijn er twee teveel. Allemaal schoonheidsfouten die een bekwame problemist zou vermijden. Veel ernstiger is dat diagram 2 een origineel en spectaculair of verrassend idee mist. De wending 34-30 (25x34) 40x29 (23x34), om twee gaten te maken, kennen we bijvoorbeeld van de Coup Philippe. En ook het systeem 27-21 (16x36) 37-31 (36x27) 31x is zeer bekend, onder andere van een vorm van de coup Philippe met 33-29 (24x44) 43-39 (44x33) 38x of uit damzetten via 28-23 (19x39) 38-33 (39x28) 32x. Daarom zal diagram 2 in de problemistenwereld, waar men bekend is met duizenden problemen van het niveau van diagram 3-5, geen indruk maken. Het maken van damproblemen als diagram 3-5 is nu eenmaal een kunst die veel oefening en zelfkritiek vereist en niet iedereen kan dat zomaar, ook al is men een sterke partijspeler. Gianni Romme kan ook niet zomaar een driedubbele axel springen. Los van dit alles is het natuurlijk prachtig om een dampartij te kunnen beslissen met de combinatie van diagram 1. | ||
![]() | ![]() | ![]() |
| diagram 6 | diagram 7 | diagram 8 |
Tenslotte de originaliteit van de Coup Jolink in het partijspel. Turbo Dambase geeft een vrijwel letterlijke voorganger van de combinatie uit diagram 1, te zien op diagram 6 uit de partij C.Fierro–G.Borghetti, (kamp.v.Italië, 2e div., 1983). Zwart won hier door (17-22, 12x21, 24-30, 14-20, 19x26). Een interessante en iets uitgebreide vorm van de combinatie kwam voor bij K.van Lith–N.Jankovskaja (WK vrouwen, 1991). In de stand van diagram 7 gaf zwart een schijf terug met 17-22 26x17 14-20? en nu won Van Lith fraai na 17-12! 8x17, 34-29, 39x30, 27-21, 37-31, 32x25. Het oudste voorbeeld van de combinatie is te zien in diagram 8 uit de partij G.de Groot–F.Ivens (Vriendendamkring 1968). Zwart won hier door 17-21, 11x22, 24-30, 14-20, 19x26. Turbo Dambase geeft nog een paar recentere voorbeelden vergelijkbaar met diagram 6 en 8. Als we de inleidingen met (17-21) en (17-22) als equivalent beschouwen, dan is Ivens de eerste die de combinatie heeft uitgevoerd. Dus als men in het partijspel de combinatie echt een naam wil geven, dan zou men van een Coup Ivens moeten spreken. | ||






