nogmaals de coup jolink
door Hans JansenEen reactie op het artikel van Ardjan de Jong:
In de kerstpuzzel van 2006 in De Telegraaf stond onder meer een fantasieprobleem van J.Viergever. Het vraagstuk werd gepresenteerd als ware het een partijstand, voortgekomen uit een op het internet gespeelde partij met een Senegalees. Hoevelen zijn in de pen geklommen om te wijzen op de ongeloofwaardigheid van die intro? Wellicht heeft de heer Viergever willen aangeven dat ook hij open staat voor de meerwaarde van een probleem, hoe mooi ook, als hij in de partij voorkomt. Bovendien wilde de heer Viergever misschien aangeven dat hij niet meer dan één doos damschijven heeft gebruikt, hoewel hij als problemist daar niet aan gebonden is. Wat bezielde mij om in de geciteerde tekst woorden als hautain, volledige ondersteuning, enz., te gebruiken? Ik denk om een dichterlijk beeld van een eenheid te schetsen van de problemistenwereld en de wereld van het partijdammen. Een beeld van eenheid, dat misschien niet snel een evenbeeld zal vinden in de werkelijke wereld, omdat de bovengenoemde werelden door allerlei oorzaken toch behoorlijk polair zijn, ondanks het feit dat er diverse personen te noemen zijn die zich tot beide werelden rekenen mogen. Om er slechts twee te noemen: Frans Hermelink en Andreas Kuyken. De polariteit van die twee werelden manifesteert zich al onder meer in het woord partijproblematiek. Hoe krijg je een synthese tussen de twee componenten van dat woord: partij en problematiek. De door u genoemde voorbeelden –de diagrammen 3t/m 5- zijn wel fraaie staaltje van problematiek en zijn via retrograde wellicht uit de aanvangsstand af te leiden, maar maken op mij niet echt de indruk van een partijstand –zelfs diagram 5 niet. Over de vraag wat een partijstand is (ook al is die stand nog nooit in een partij voorgekomen) moet in alle redelijkheid toch een stevige consensus mogelijk zijn, al zal een volledige consensus niet haalbaar en misschien ook niet wenselijk zijn. Over consensus gesproken: in diagram 2 zou je de constructie van de witte schijven op zijn linker vleugel een onvoltooid Tsjizjow-kanon kunnen noemen –geen gangbare uitdrukking, maar dat was het Tsjizjow-kanon ook niet. Gérard Jansen heeft wel eens kritische opmerkingen gemaakt over het consensus worden van de term Tsjizjow-kanon. Of deze opmerkingen terecht of onterecht zijn? –het Tsjizjow-kanon is ondertussen een geaccepteerde term. Mijn voorstel om de combinatie waarover we het hebben Coup Jolink te noemen is ingegeven door de omstandigheden waaronder een en ander tot stand is gekomen: het winnen van de Rating-Cup door Jolink. Mijn enthousiasme is vooral ook ontstaan doordat een speler als Jolink de strijd überhaupt durft aan te gaan, daar waar voor hem in het toernooiveld veel gevaar loert. Het succes is niet te vatten in de kwaliteit van de combinatie alleen.
![]() | Laat ik tenslotte proberen aan de door u genoemde criteria van damproblematiek nog iets toe te voegen, geïllustreerd met enkele diagrammen. Diagram 2 in uw artikel heeft als voordeel dat er nog een reactiemoment van zwart is en niet een mechanisch aflopende combinatie. Ik herinner me een serie vraagstukken van Andreas Kuyken in het kader van de jaarlijkse kerstpuzzel, waarin dit al te mechanisch karakter van veel damproblemen werd doorbroken. Schijnoplossingen brengen ook altijd veel leven in de brouwerij. Bijvoorbeeld in diagram 9 –onlangs ontdekt door mij (is deze stand ook in de beroemde verzameling van Venema opgenomen?). Wit forceert schijfwinst met 48-42 (47-42 levert alleen gelijkspel op). In diagram 10 (naar aanleiding van een recente partij Georgiev-Tsjizjow) forceert wit de winst. De stand is bereikbaar vanuit de aanvangsstand. In diagram 11 is de vraag: hoe komt wit in het voordeel. Ook hier enige schijnvarianten. Strategische achtergrondmuziek is in deze standen nog niet veel aanwezig. Diagram 12 zet de eerste stappen naar een synthese van partijspel en problematiek. Een geloofwaardige partijstand en een afwikkeling die in een normale partij nauwelijks zal voorkomen. Voor een echte synthese zal voor u een scherp einde in de vorm van een motief essentieel blijven, neem ik aan? | |
| diagram 9 | ||
![]() | ||
| diagram 10 | ||
![]() | ![]() | ![]() |
| diagram 11 | diagram 12 | diagram 13 |




