damverenigingen in nederland 1899 / 1906
door Jan de Ruiter
De K.N.D.B. viert in 2011 haar 100-jarig bestaan. Een belangrijke bindende factor binnen de bond is het samen beoefenen van het spel in een vereniging (of: club, gezelschap, genootschap, sociëteit). De oudste ons bekende ‘samenkomst’ dateert uit Amsterdam 1802, het ‘dam-collegie’ van E. van Emden.
In de ontwikkeling van de damvereniging zijn grofweg 6 periodes te benoemen:
| 1 | 19e eeuw | - | geen landelijke organisatie | |
| 2 | nov 1899/1905 | - | ontwikkeling | |
| 3 | 1906 | - | actief beleid/twee dambonden vanaf maart 1906 | |
| 4 | 1907/maart 1911 | - | twee dambonden | |
| 5 | april 1911/1942 | - | N.D.B. | |
| 6 | 1945/heden | - | K.N.D.B. |
In dit artikel behandel ik de 2e en 3e periode. Aan het eind van dit artikel vindt u een overzicht van de damverenigingen of ‘gezelschappen’ die in de genoemde periode zijn opgericht of waarvan het bestaan aan het licht kwam.
1895/1905: aanloop en ontwikkeling
We nemen eerst een kijkje in de negentiende eeuw. Tot en met 1895 zijn er vele bewijzen van actief en georganiseerd damleven op het platteland[1] en, in mindere mate, in een aantal grotere steden[2]. Door de economische terugval op het platteland valt het georganiseerde damleven daar na 1895 nagenoeg stil, er ontstaat een ‘slapend potentieel’. Tegelijkertijd zien we voor en na 1895 een opleving van het damleven in de steden Amsterdam en Rotterdam.
Deze opleving leidt ertoe dat in de jaren 1899 en 1900 de verenigingen ‘Constant’ en ‘Vereenigd Amsterdamsch Damgenootschap’ (V.A.D.) het levenslicht aanschouwen. Deze twee verenigingen nemen het initiatief tot het populariseren van het spel hetgeen in 1906 uiteindelijk resulteert in een landelijke organisatie. Door de dadendrang van genoemde verenigingen komen in 1900, 1902 en 1904, officieuze, wedstrijden om het Kampioenschap van Nederland tot stand; vinden de eerste simultaanseances plaats (1901, 1902 en 1904); ontmoeten teams van het Vereenigd Amsterdamsch Damgenootschap, Amsterdam en Ons Genoegen, Edam elkaar (1904); plaatst ‘Het Rotterdamsch Nieuwsblad’ vanaf december 1901 wekelijks een damprobleem en opent C.H. Broekkamp in februari 1904 een damrubriek in het weekblad ‘de Amsterdammer’. Ook de match De Haas-Weiss, 10-10, in november 1904 trekt de nodige aandacht.
1901/1905: geregisseerd en spontaan ontstaan van verenigingen
De damspelers uit plaatsen rond Amsterdam komen in contact met de dammers uit Amsterdam en deze interactie zorgt ervoor dat een aantal verenigingen wordt opgericht (zie de nummers 5,7,8,10 in het overzicht). Ook zien we dat een aantal verenigingen ‘spontaan’, zonder aanwijsbaar ‘duwtje in de rug’ uit Amsterdam of Rotterdam, tot stand komt. Als voorbeeld hiervan gelden de verenigingen met de nummers 3,4,6,9,10.
Vooral in de omgeving van Alphen aan de Rijn, nu nog steeds een groot damgebied, komen we deze laatste ontwikkeling tegen. Het valt niet uit te sluiten dat de oorsprong van één of meerdere van deze verenigingen zelfs in de 19e eeuw ligt.
Vooralsnog is alleen aan te tonen dat de ‘Zijper Damclub’ te ’t Zand de overstap maakt van ‘damgezelschap’ tot ‘damclub’. ‘Excelsior’ (1906) in Waddinxveen kan ontstaan zijn uit de bijeen-komsten die in 1904 plaats vonden.
1906: een bijzonder jaar
Na het aarzelende begin in de jaren 1899/1905 nemen vooral de mannen uit Amsterdam het initiatief en komt het in het eerste kwartaal van 1906 op allerlei ‘damgebieden’ tot een explosie. Bij deze ontwikkelingen speelt de ruzie tussen Broekkamp en De Haas, die dateert uit april/mei 1905, een grote rol.
Deze onenigheid dient zeker als katalysator voor de activiteiten en uiteindelijk is de damsport in 1906, met twee bonden, een orgaan en vele nieuwe damverenigingen, de winnaar[3].
De activiteiten van de voorvechters beperken zich niet alleen tot het geven van simultaanseances en het oprichten van nieuwe verenigingen. Het V.A.D. komt in maart met het maandblad ‘Het Damspel’ op de markt. C.H. Broekkamp richt in dezelfde maand de ‘Algemeene Nederlandsche Dambond’ op, waarna De Haas natuurlijk niet kan achterblijven en nog in dezelfde maand ziet de ‘Nationale Dambond’ het levenslicht.
In het tweede en derde kwartaal van 1906 jaar zien we dat de zoektocht naar nieuwe damgebieden afneemt[4]. Door de vele andere activiteiten van De Haas is het logisch dat de boog iets minder gespannen stond. Daarnaast kan worden aangetekend dat de hoofdrolspelers in een pas opgerichte vereniging een tweede of zelfs een derde simultaan gaven.
Broekkamp organiseerde in juni 1906 de Nationale Zeskamp en kreeg het voor elkaar dat diverse bladen uitslagen, standen en zelfs een partij opnamen.
1906: de simultaanseances en oprichting van verenigingen
Voor de oprichting van damverenigingen is de advertentie die het Vereenigd Amsterdamsch Dam-genootschap in januari 1906 in diverse dagbladen[5] plaatste van groot belang:
Het Vereenigd Amsterdamsch Damgenootschap, gezien de groote belangstelling, welken in den laatsten tijd, voor het Damspel aan den dag gelegd, heeft het plan, door het geheele land bij genoegzame belangstelling Damvereenigingen op te richten ten einde het Damspel aldaar tot een hoogere trap van ontwikkeling te brengen.
Het V.A.D. stelt voor dit doel, haar twee besten spelers af, de Heeren J. de Haas, kampioen van Nederland, en Ph. L. Battefeld, welke zich geheel bereid verklaarden, overal geheel belangenloos, simultaan seances te geven, ten einde daarna tot de oprichting van clubs te geraken. Voor de winnaars in deze seances stelt het V.A.D. prijzen beschikbaar, terwijl zoo nodig ook damborden worden afgestaan.
Wie met dit doel sympathiseert, zende naam en adres aan den Secretaris de Heer J. Meyer, Blasiusstraat 36, Amsterdam, die bereid is nadere inlichtingen te verschaffen.
Bij het geven van de simultaanseances, en als gevolg daarvan de oprichting van damclubs, zijn de hoofdrollen weggelegd voor J. de Haas en Ph.L. Battefeld en, in mindere mate, C.H. Broekkamp, uit Amsterdam, F.C. Hemmes uit Haren (Groningen) en een aantal spelers van damvereniging ‘Constant’, Rotterdam.
In de maanden februari en maart ging er haast geen week zonder simultaanseance voorbij. De Haas en Battefeld legden vele honderden kilometers af en bezochten, volgens overlevering veelal op de fiets[6], een groot aantal plaatsen.
Het ‘slapende potentieel’ aan dammers werd wakker geschud en de liefde voor het damspel bleek groot. Veelal kwam het na de simultaan tot de beoogde oprichting van een vereniging.
De pasgeborene mocht zich even later, in maart 1906, aansluiten bij de bond van De Haas of Broekkamp. Onduidelijk blijft echter in hoeverre de beide bonden zich bewust waren van de verenigingen die voor, maar ook in 1906 ‘spontaan’ het levenslicht aanschouwden.
Met het oprichten van damverenigingen boekten De Haas en Battefeld het meeste succes, maar er werd hier en daar gevochten om de gunst van de dammers. Bekend en berucht zijn de gevechten om Enkhuizen (aantijgingen door Broekkamp), Zaandam (verdeeldheid zaaien in ‘de Vriendschap’ door J. de Haas in 1906 en 1907) en het eiland Texel (aantijgingen door Broekkamp). Broekkamp was uiteindelijk minder succesvol, stond er ook voor een groot deel alleen voor, maar wist wel de ‘oude’ verenigingen Haarlem en Edam, deels door lasterpraktijken, in 1906 voor zijn bond te winnen. Uiteindelijk staat de teller aan het einde van 1906 op 38 verenigingen waarvan er 26 in 1906 werden opgericht.
Geografische verdeling
De meeste verenigingen die in het tijdvak 1899-1906 het levenslicht zagen zijn te vinden in Noord-Holland, door velen de bakermat van het damspel in Nederland genoemd. De Zaanstreek is hierbij goed vertegenwoordigd, in 5 van de 11 plaatsen rond de Zaan vinden we een damclub. Opvallend, omdat er uit de 19e eeuw nauwelijks tekenen van damleven uit deze regio afkomstig zijn.
De leden van Constant zorgden voor ‘aanwas’ in Zuid-Holland, terwijl F.C. Hemmes de provincie Groningen onder zijn hoede nam. We vinden slechts één vereniging in de (dam)provincie Friesland, maar daar speelde men tot 1917 voornamelijk ‘Oer alles’ en niet ‘Hollands’[7]. Ook Utrecht, Overijssel en Noord-Brabant zijn met één vereniging vertegenwoordigd. Voor zover de informatie reikt zijn er in de genoemde periode in de provincies Drenthe, Gelderland, Limburg en Zeeland geen damclubs opgericht.
Bronnen
De informatie over de simultaanseances en de oprichting van een vereniging is voornamelijk afkomstig uit ‘Het Damspel’, het weekblad ‘De Amsterdammer’, Het Nieuws van de Dag en een groot aantal lokale kranten. Ook dienden notulenboeken en jubileumuitgaven als bron.
Mocht er over de oprichting van een club geen primaire bron bestaan, dan is gekozen voor een verslag waarin naar de oprichting wordt verwezen of is het eerste ‘teken van leven’ opgenomen.
De informatie in ‘Het Damspel’ en ‘de Amsterdammer’ is meestal kort en zakelijk, hetgeen een hemelsbreed verschil is met de verslaggeving in de ‘lokale’ kranten. Deze verslagen geven in een aantal gevallen op een amusante manier inzicht hoe men in die dagen tegen het damspel en de simultaanseance aan keek.
Ook het ‘Algemeen Handelsblad’ nam in 1906 nieuws over het damspel op. Uit deze bron komt de informatie over de verenigingen in Eindhoven (27) en Woerden (28).
Nog lang niet alle bronnen zijn benut, zodat er ruimte bestaat om het overzicht aan te vullen. Nader onderzoek in de kranten uit Den Haag, Eindhoven, Groningen en Haarlem brengt ongetwijfeld nieuwe feiten over de oprichting van de verenigingen boven water. Het wachten is tot de digitale krantencollectie van de KB, 8 miljoen pagina’s, volledig online staat.
Het overzicht
In de tabel hiernaast vindt u achtereenvolgens:
• Plaats; provincie; naam van de vereniging
• Dag;maand;jaar van oprichting
• Codering datum oprichting
• Sympathie van de vereniging bij AND (Broekkamp) of ND (De Haas) in 1906.
Een opmerking over de ‘oprichtingsdatum’: In veel gevallen is gekozen voor de datum waarop een bestuur werd gekozen. Zie bijvoorbeeld 17.Schagen en 30.Wormer.
De codering ten aanzien van de oprichtingsdatum houdt in:
1: dag, maand, jaar correct;
2: maand, jaar correct;
3. jaar correct. Een eerste vermelding in maand ... De oprichting heeft waarschijnlijk eerder in het jaar plaatsgevonden.
4: datum eerste vermelding; sterk vermoeden dat de club eerder is opgericht.
5: datum eerste vermelding; geen nadere informatie beschikbaar
Van de verenigingen met code X(1,2,3) is alleen achterhaald dat er getracht is een damclub op te richten, waarschijnlijk zonder succes.
De verenigingen:
| 01 | Rottterdam | zh | Constant | 07 | 10 | 1899 | 1 | nd |
| 02 | Amsterdam | nh | Vereenigd Amsterdamsch Damgenootschap | 25 | 10 | 1900 | 1 | nd |
| 03 | Amsterdam | nh | Schaak- en Damafdeeling der Chr. J.V. Excelsior | 00 | 00 | 1901 | 3 | - |
| 04 | Waddinxveen | zh | Dam- en Schaak | 21 | 09 | 1902 | 4 | - |
| 05 | Edam | nh | Ons Genoegen | 19 | 10 | 1902 | 1 | and |
| 06 | Purmerend | nh | Schaak- en Damclub Purmerend | 00 | 03 | 1904 | 2 | - |
| 07 | Wormerveer | nh | Wormerveersche Damclub | 21 | 02 | 1904 | 1 | nd |
| 08 | Haarlem | nh | Damclub Haarlem | 27 | 02 | 1904 | 1 | and |
| x1 | Hilversum | nh | - | |||||
| 09 | Rijnsaterwoude | zh | Oefening Kweekt Kunst | 05 | 02 | 1905 | 4 | - |
| 10 | 't Zand | nh | Zijper Damclub | 06 | 04 | 1905 | 1 | nd |
| 11 | Amsterdam | nh | Damvereeniging Amsterdam | 07 | 09 | 1905 | 1 | and |
| 12 | Groningen | gr | Het Noorden | 31 | 12 | 1905 | 1 | - |
| 13 | Zaandam | nh | De Vriendschap | 15 | 01 | 1906 | 1 | and |
| 14 | Alkmaar | nh | Van Vijanden Vrienden | 19 | 01 | 1906 | 1 | - |
| 15 | Appingedam | gr | Fivelgo | 20 | 01 | 1906 | 1 | - |
| 16 | Leeuwarden | fr | (?) | 00 | 00 | 1906 | 3 | - |
| 17 | Schagen | nh | Schager Damclub | 06 | 02 | 1906 | 1 | nd |
| 18 | Utrecht | ut | Utrechts Damgenootschap | 18 | 02 | 1906 | 1 | nd |
| 19 | Alkmaar | nh | Damclub Alkmaar | 24 | 02 | 1906 | 1 | nd |
| 20 | Barsingerhorn | nh | Damclub Barsingerhorn | 25 | 02 | 1906 | 1 | - |
| 21 | Den Haag | zh | Dam- en Dominoclub L.A.D.E.D.I.O. | 00 | 02 | 1906 | 3 | - |
| 22 | Waddinxveen | zh | Damvereeniging Excelsior | 00 | 02 | 1906 | 3 | nd |
| 23 | Leimuiden | nh | Sociëteit 'Schaak- en Damgezelschap' | 04 | 03 | 1906 | 4 | - |
| 24 | Enkhuizen | nh | Enkhuizer Damclub | 08 | 03 | 1906 | 1 | nd |
| 25 | Krommenie | nh | Krommenieer Damclub | 15 | 03 | 1906 | 1 | nd |
| 26 | Wieringerwaard | nh | Damvereeniging Wieringerwaard | 17 | 03 | 1906 | 1 | nd |
| 27 | Eindhoven | br | Damclub Eindhoven | 22 | 03 | 1906 | 4 | - |
| 28 | Woerden | zh | Damclub Woerden | 22 | 03 | 1906 | 4 | - |
| 29 | Den Haag | zh | D.I.O. | 25 | 03 | 1906 | 1 | - |
| 30 | Wormer | nh | Wormer Damclub | 25 | 03 | 1906 | 1 | nd |
| 31 | Weesp | nh | Damclub Weesp | 26 | 03 | 1906 | 1 | - |
| 32 | Midden-Beemster | nh | Aris de Heer | 31 | 03 | 1906 | 1 | nd |
| 33 | Westzaan | nh | Schaak- en Damclub Westzaan | 23 | 04 | 1906 | 1 | - |
| 34 | Kampen | ov | Strijt Sonder Spijt (DC Kampen/S.S.S.) | 19 | 08 | 1906 | 1 | - |
| 35 | Schiedam | zh | De Koning | 27 | 09 | 1906 | 1 | - |
| x2 | Oosterend | nh | - | |||||
| x3 | Den Burg | nh | - | |||||
| 36 | Amsterdam | nh | Qui perd, Qui gagne | 00 | 11 | 1906 | 2 | - |
| 37 | Winsum | gr | DC Winsum | 00 | 11 | 1906 | 2 | - |
| 38 | Hoek van Holland | zh | D.C. Hoek van Holland (?) | 00 | 12 | 1906 | 2 | - |
| [1] | O.a. West-Friesland; Beemster; het huidige ‘Groene Hart’ |
| [2] | O.a. Alkmaar, Amersfoort, Amsterdam. Rotterdam, Tilburg |
| [3] | De strijd tussen deze twee landelijke bonden duurde tot april 1911. Deze periode verdient een eigen geschiedschrijving, maar daarover wellicht later meer. |
| [4] | Het damspel is, vooral in de agrarische gebieden, vooral een herfst- en winteractiviteit. |
| [5] | O.a. in Alkmaar, Amersfoort, Amsterdam, Enkhuizen, Hilversum, Nijmegen, Utrecht |
| [6] | Dit is natuurlijk niet juist. Waarschijnlijk namen zij de fiets mee in trein of tram. Wel schrijft G. Beets in 1959 over Battefeld: ‘Nog zien we in gedachten de Heer Battefeld op zijn rijwiel gezeten, een rijwiel met glimmende vernikkelde velgen, te Wormerveer rijden zo tussen 07.30 – 8 uur om ons op de clubavond te bezoeken. Wat heeft de club niet aan hem te danken!’ |
| [7] | Meer lezen over het damleven in Friesland: ‘Oer Alles!’, H. Walinga, 2004. |
